✓ Beste klant beoordelingen

✓ NL medewerkers in Tanzania

✓ Hoge service, scherpe prijzen

Vijf vragen aan safaragids Laizer: alles over albinodieren

Zoals we eerder deze week bekend maakten, zijn er recent meerdere albinodieren waargenomen in Tanzania. Joseph Abel Laizer werkt als een safarigids bij Tanzania Specialist in Arusha en vertelt hoe daar de afgelopen maand opvallend veel albinodieren zijn gezien. “Een paar dagen geleden nog zag een collega een albinogiraf in Serengeti, terwijl klanten twee weken geleden een albinozebra in noord-Serengeti zagen. Vorige week zag ik zelf een albinobaviaan in Arusha National Park en een paar dagen later nog een, en vlak daarvoor hadden anderen juist een albinobuffel in Tarangire gezien.”

Tijd om bij te praten met Laizer en meer te horen over zijn leven als safarigids voor Tanzania Specialist en over de toegenomen waarnemingen van albinodieren de afgelopen tijd in Tanzania.

Safarigids Laizer: even voorstellen

Laizer is geboren en getogen in de regio Arusha in Tanzania. Hij is Maasai en groeide op in het dorpje Monduli, vlakbij nationale parken als Lake Manyara en Tarangire. Hij is een trots lid van zijn stam en legt de betekenis van zijn naam als volgt uit: “Een laizer is een grote mok die we gebruiken om bloed of soep uit te drinken. Als je deze naam draagt, betekent dat dat je een gul mens ben – iemand die bloed of soep uitdeelt.”

Vertel eens meer over jezelf en over waarom je safarigids voor Tanzania Specialist bent geworden?

Joseph is mijn christelijke naam, maar mijn stamnaam is Loti. Dat is hoe ze me thuis noemen. Maar in de rest van de wereld ben ik Laizer. Ik ben trots op die naam en ben blij dat mensen me zo noemen.

Wat mijn werk betreft begon ik vijftien jaar geleden als gids, waarna ik drie jaar geleden aan de slag ging bij Tanzania Specialist. Op het moment ben ik met gasten in Serengeti National Park. Het mooiste is om het gedrag van dieren te bestuderen en de psychologie erachter te begrijpen, ook als ik met mensen op safari ga. Ik kijk naar de lichaamstaal van een beest en weet dan wat voor bui het heeft. Is het blij ons te zien, is het goed als we dichterbij komen, of is het beter als we wat afstand houden?

Kan je meer vertellen over de albinodieren die je hebt gezien?

Ik werk al lang als gids, maar de eerste albino in het wild zag ik zeven jaar geleden pas. Ik zag toen een albinokrokodil in het Victoriameer, en daarna heb ik in de loop der jaren een jonge albino-olifant, een albinogiraf, een albinobuffel en een albino-eland in Tarangire National Park gezien. In Arusha National Park heb ik nu in totaal drie of vier albinobavianen gezien.

De meest speciale was de buffel; ik had nooit verwacht die als albino te zien. Ik heb er een in Tarangire gezien en een in de Ngorongoro krater, al denk ik dat die laatste eerder wit door ouderdom was! Echte albino’s hebben niet alleen een witte vacht, maar vaak ook witte of rode ogen en een witte huid. De buffel in Tarangire zag er echt totaal anders uit, terwijl de buffel in Ngorongoro meer witgrijs was, net als oude dieren of oudere mensen. De jonge olifant was ook speciaal, maar helaas is die recent niet meer gezien.

Wat voor soort uitdagingen hebben albinodieren in het wild?

Net als mensen met albinisme, zijn albinodieren gevoelig voor zon. Dus bijvoorbeeld die jonge olifant kan problemen hebben gehad met het felle zonlicht, omdat olifanten geen vacht hebben. Normaal gesproken worden albino’s niet oud. Vanwege de gevoeligheid voor de zon, maar ook omdat ze zich niet goed kunnen verbergen voor roofdieren. Met hun witte vacht en witte huid vallen ze in de kudde of tussen de struiken altijd op.

Waarom denk je dat er tegenwoordig meer albino’s in het wild te zien zijn?

Natuurlijk omdat er meer toerisme is – dat leidt tot meer gidsen en meer bezoekers in de nationale parken. Als iemand dan een albino ziet, verspreidt dat nieuws zich snel en krijgt het ook veel belangstelling. Dus in de eerste plaats denk ik dat ze simpelweg sneller gezien worden. Maar een andere reden voor de schijnbare toename van albinodieren in Tanzania is dat de migratieroutes voor dieren langzaam aan het dichtslippen zijn.

Er is bijvoorbeeld een migratieroute die loopt van Tarangire en Lake Manyara naar Monduli, Longido en Arusha National Park en van daaruit naar Kenia. Vandaag de dag zijn delen van die route geblokkeerd door steeds groter wordende dorpen, dus zitten de dieren vast in een bepaald gebied. Dit leidt tot inteelt, en omdat albinisme genetisch bepaald is, is dit waarschijnlijk een reden dat we nu meer albino’s zien. Maar ik schat dat nog steeds maximaal 1% van de dieren albino is, en omdat ze zich toch continu verplaatsen is de kans klein dat je er een tegenkomt.

Een albino in het wild zien is een fantastische ervaring voor iemand die in Tanzania op vakantie gaat. Wat raad je mensen aan die albino’s willen zien?

Heel eerlijk, ik kan niks beloven als klanten voor een albino komen! Albino’s zijn heel zeldzaam, en het is bijna onmogelijk om te weten waar ze zijn. Ik schat dat de kans er een tegen te komen 0,005% is. Om een voorbeeld te noemen: In Arusha National Park leven drie of vier albinobavianen. Ze zijn zowel rondom de meren als in het bos gezien, maar tussen die twee gebieden zit wel twintig tot veertig kilometer aan wilde natuur.